Voor Gary Snyder

Tussen Wendell Berry (1934) en Gary Snyder (1930) ontstond in de jaren zeventig een hechte vriendschap die tot op de dag van vandaag voortduurt. Hun gemeenschappelijke interesses zijn natuur, ecologisch boeren en literatuur. Naar aanleiding van Snyders eerste bezoek aan Berry’s boerderij schreef Berry een gedicht voor Snyder. Ik behandel hieronder de kortere en in mijn ogen betere versie die in Berry’s verzamelde werk is opgenomen.

In het gedicht worden twee gebeurtenissen beschreven gevolgd door een eenregelige zinspreuk. In beide gebeurtenissen staan reacties op natuurschoon centraal, eerst van Berry en zoon Den, daarna van Berry, Den en Snyder. De eerste gebeurtenis die wordt beschreven vond chronologisch gezien plaats na de tweede en brengt de tweede, die zich voordeed tijdens Snyders eerste bezoek aan Berry’s boerderij, in herinnering. De afsluitende zinspreuk is ambigu en tilt dit vers boven het descriptieve uit, maakt het tot poëzie.

VOOR GARY SNYDER

Nadat we de wilde eenden hadden gezien
en waren omgedraaid, nog even de stilte
bewarend die tussen ons was gevallen,
verbaasd over de vogels en onszelf,
zei Den: ‘Ik wou dat meneer Snyder
hier was geweest.’ En ik zei: ‘Ja,’
en dacht met weemoed terug aan dat moment
waarop we ganzen hoorden overvliegen
en het huis uit renden om ze te zien
zweven, in lange rijen, tussen hemel en aarde,
zuidwaarts, tot ze uit het zicht verdwenen.
Gescheiden spreken we, uit verwondering.

Het woord ‘gescheiden’ duidt hier zowel op de geografische scheiding tussen Berry en Snyder (Berry woont in Kentucky en Snyder in Californië) als het feit dat mensen individuen zijn, ‘gescheiden’ van elkaar. Waardoor we als lezer niet alleen vernemen dat beide heren schrijven uit verwondering over de natuur, maar ook dat mensen (zijn gaan) spreken uit verwondering over hun individualiteit en alles wat hun omringt.

1977

Gary Snyder over voorkeursbeleid

Eind jaren zeventig hanteerde The American Poetry Review een voorkeursbeleid, waarbij onder meer gebruik werd gemaakt van demografische gegevens over afkomst en sekse om te bepalen van wie werk zou worden gepubliceerd.

Omdat hij dit voorkeursbeleid een belediging vond van de aard van poëzie protesteerde schrijver-dichter Wendell Berry hiertegen. Vriend en collega Gary Snyder gaf in een brief aan Berry zijn eigen mening over deze kwestie:

‘Over APR. Ik begrijp je standpunt, maar vind ook dat het als nationaal, kosmopolitisch periodiek (gefinancierd als zodanig) een voorkeursbeleid moet voeren. De afgelopen vijftien jaar hebben laten zien dat een voorkeursbehandeling werkt en waardevolle nieuwe dingen oplevert, nieuwe mensen. In een kosmopolitische samenleving als de VS is ‘kwaliteit’ ook een slecht vertrekpunt voor argumentaties – mijn werk voor California Arts heeft me geleerd dat ‘kwaliteit’ een rookgordijn is voor allerlei rotstreken, bovendien geloof ik niet dat er een kwaliteitsstandaard bestaat voor (bijvoorbeeld) poëzie. De chicano’s en indianen doen vaak iets anders. Wat niet volgens Europese (of avant-gardistische of om het even welke) maatstaven dient te worden beoordeeld. Verschillende redacteuren, eentje voor elke traditie, zou het beste zijn. Ik ben dus wel blij met een dergelijk instrument – de Amerikaans cultuur hoeft geen eenheidsworst te zijn; het zou meerdere plekken kunnen gebruiken waarop stromingen samenkomen. APR zou als zo’n plek kunnen hebben gefunctioneerd. Tot nu toe is er niet eentje.’

Uit: Distant Neighbors: The Selected Letters of Wendell Berry and Gary Snyder (2014).

Op de voorgrond Gary Snyder (links) en Wendell Berry, gefotografeerd voor de boekwinkel Grimblefinger, Nevada City, Californië, ca. 1985. Foto: Hank Meals