Op het dak verlang ik me scheel

Radeloos werd ik ervan, en toch las ik her en der onvervalste poëzie in Asha Karami’s debuutbundel Godface.

Omdat ik er vaak geen touw aan kon vastknopen, omdat ik herhaaldelijk uitriep ‘zo is het maar net!’

Wat de gedichten veelal op spanning brengt: juxtapositie. Zo nu en dan al met een meesterhand. En de klodders absurde humor mocht ik ook wel lijden.

De slotsom van Tijl Nuyts’ informatieve recensie is helaas pindakaas een fopspeen.

Mijn slotsom: behoorlijk uit de kunst. Wat een smaakoordeel is.

OP HET DAK VERLANG IK ME SCHEEL

ochtend flets
tongschraper
raam vulgair open
ik spoel mijn mond met azijn

de toekomst binnen handbereik
van voorspellers blijf ik ver
speciale gaven heb ik niet
zichtbaarheid noch prestige

mieren uitgehold en uitgehuild verzamelen zich
beetje bij beetje die suikerdonut van a h
sleur maar mee joh draaiorgel
ik wacht toch op pa die me meeneemt naar de snackbar

hoe huilt een vrouw
vertel het me
laat het me zien
kunnen we het breder trekken
mijn moeder had geen troostende borsten
care is needless

ik zou vaker naar buiten moeten

de hele dag fernandes
fernandes is mijn hond met epilepsie
hij heeft echt talent om dingen niet serieus te nemen
iedereen heeft een rol
naja er zijn ook understudies
die hopen dat de ander ziek wordt

is dit rij 17