Er steeg iets op van de anhedonische vloer

Droefgeestige Simone White

Van tijd tot tijd herlees ik Simone White’s bundeltje Unrest (2013); omdat het zo godvergeten doordringend is. Neem nu, bijvoorbeeld, het openingsgedicht: dat valt in huis, doet zonder inleiding een snerpende mededeling, pats-boem.

ER STEEG IETS OP VAN DE ANHEDONISCHE VLOER

Bacon en lichaamshaar –
kern, inderdaad, van het nieuws. Mijn broer belde op. Ik kon de
muziek weer horen. Ik zat verlegen om een praatje, maar niet nu
en niet over armoede.

Hier wordt in enkele streken een wereld neergezet, die herkenbaar is en toch ook weer niet. Ook ik heb weleens, op bepaalde momenten, geen zin gehad in contact met zekere personen: nu effe niet.

Maar de details intrigeren hier, roepen vragen op. Bacon en lichaamshaar? Harde muziek? Armoede? Is broerlief een bodybuilder? Heeft hij weer geen cent te makken? Is de ik-figuur moe, of zelfs neerslachtig? En waarom word de lezer met deze informatie opgezadeld? Wat wil White met dit gedicht? Is het de openingsscène van een drama? Et cetera.

De toon is in elk geval gezet: in een sombere sfeer wordt virtuoos geschetst. Dit begin prikkelt de nieuwsgierigheid.

Wikipedia definieert ‘anhedonie’ overigens als ‘het niet meer (kunnen) ervaren van vreugde’.