O

De rimpels van Robert Creeley

Ja, weet je, tuurlijk, de ouderdom komt met gebreken. I know. Maar hoe ga je daarmee om? Adviezen genoeg, hoor, maar uiteindelijk zul je zelf een modus moeten vinden.

Mijn belangrijkste wapens: een meterslange lijst karweitjes, op zijn tijd een schuimend potje bier, een zweempje ironie en heul veul gelatenheid. Wat het onvermijdelijke iets verzoet, maar meer ook niet.

Robert Creeley zette een ander middel in: hij schreef als uitlaatklep gedichten over het aftakelingsproces. Onderstaand vers publiceerde hij in 1990, toen hij 64 was:

O

O, blijf nog even,
slaphangend vel
en broos geworden botten.

Blijf zitten,
gerimpeld gezicht, tanden,
ga niet weg.

Vanbinnen en vanbuiten
het verleppen
van lichaamsdelen,

bewegingsleer,
het verval
van de geest, een en al

echo hier
in gevlekte huid, vertroebeld oog,
herhaald gemompel.

Zucht eens, of geef eens
een teken in het luchtledige
dat ik nog steeds binnenin zit.

Wat een doffe ellende. Grotendeels. Want dit gedicht is toch maar mooi de bevestiging van het feit dat er nog steeds leven zat in de oudere Creeley.

Je moet je piepende lichaam en krakende geest dingen blijven ontfutselen.

Robert Creeley, 1972