Auto’s

Tellingen door K. Schippers

‘Schippers doet niet in filosofische taalbeschouwingen, maar geeft visueel onderricht en aanschouwelijk taalonderwijs, waarbij de discrepantie van het medium en het gebruik ervan telkens oplicht.’ Aldus Redbad Fokkema in zijn Aan de mond van al die rivieren: Een geschiedenis van de Nederlandse poëzie sinds 1945. Ik kijk nog eens naar K. Schippers readymade ‘Auto’s’ (zie foto), uit zijn derde bundel Verplaatste tafels (1969), en moet opnieuw grinniken.

Als middelbare scholier heb ik, om mijn zakgeld aan te vullen, verschillende malen verkeerstellingen gedaan. Je werd, boterham mee, een dag lang op een kruising gezet en moest, bijvoorbeeld, tellen hoeveel auto’s linksaf sloegen. Voor elke auto die dat deed, zette je een streepje op het telblad. Het zal niemand verbazen dat ik aan die ervaring moest denken bij het lezen van dit gedicht.

Nu wil het geval dat het blad met streepjes driemaal in Schippers’ bundel is afgedrukt, telkens onder een andere titel. Naast ‘Auto’s’ zijn er ook nog ‘Munten’ en ‘Bezoekers’ geteld. Tenminste, als de streepjes voor aantallen auto’s, munten en bezoekers staan. Zeker weten doe je dat niet. En welke verbanden kun je tussen auto’s, munten en bezoekers leggen? Iedere lezer zal hierbij zo zijn eigen gedachten hebben. Deze gedichten demonstreren heel duidelijk de menselijke reflex om steeds weer een brug te willen slaan tussen taal en werkelijkheid.