Telescoop

Louise Glück: als je vergeet waar je bent

Totaal opgaan in een bezigheid is iets wat we allemaal uit eigen ervaring kennen. We hebben er dan ook woorden voor. Wie heeft zichzelf nog nooit verloren in werk of een hobby? Waarneming en beleving van ruimte en tijd nemen dan een andere aard aan, de afstand tot dat waar je mee bezig bent verkleint zich en je wordt als het ware wat je doet.

In het gedicht ‘Telescope’, uit de bundel Averno (2006), brengt Louise Glück deze ervaring onder woorden.

TELESCOOP

Er is een moment nadat je je oog hebt afgewend
waarin je vergeet waar je bent
omdat je, ogenschijnlijk,
ergens anders was, in de stilte van de nachthemel.

Je bent niet meer hier op de wereld.
Je bent op een andere plek,
een plek waar het menselijk leven geen betekenis heeft.

Je bent geen voortbrengsel in een lichaam.
Je bestaat zoals de sterren bestaan,
deelt in hun stilte, hun onmetelijkheid.

Dan ben je weer terug op aarde,
's nachts, op een kille heuvel,
en haalt de telescoop uit elkaar.

Achteraf realiseer je je
dat niet het beeld vals is
maar de samenhang vals is.

Je ziet weer hoe ver weg
elk ding is van elk ander ding.

Boem. Na de laatste strofe sta je weer met beide benen op de grond. Andere, metaforische lezingen van dit vers zijn: jezelf verliezen in poëzie of een relatie met een ander. In het laatste geval neigt het vers hier en daar – ‘Je bestaat zoals de sterren bestaan’ – naar edelkitsch. Maar ook dan zijn de slotwoorden ongemeen ontnuchterend.

Louise Glück, ca. 1970

Eenzaam

Meditatief ritme van Louise Glück

Zo’n dag waarop het weer je binnenhoudt. Smerig weer. Storm. De hele dag de lampen aan. Je probeert te volgen wat er buiten gebeurt, voelt je van God en iedereen verlaten. Louise Glück schreef er een gedicht over, ‘Solitude’, dat is opgenomen in A Village Life (2009).

EENZAAM

Het is erg donker vandaag; vanwege de regen
is de berg niet zichtbaar. Het enige geluid
dat van de regen, die het leven ondergronds drijft.
En met regen komt kou.
Vanavond zal er geen maan of ster zijn.

De wind wakkerde vannacht aan
en teisterde de hele ochtend het koren –
rond het middaguur zwakte hij af. Maar de storm hield aan
en doordrenkte de droge velden, zette ze onder water -

De wereld is verdwenen.
Er valt niets te zien, alleen de regen,
blinkend op de donkere ramen.
Dit is de rustplaats, waar niets beweegt –

Nu keren we terug naar wat we waren,
dieren in duisternis,
zonder taal of inzicht -

Niets bewijst dat ik leef.
Er is alleen regen, de regen is eindeloos.

Een vers over een in zichzelf gekeerde wereld, waarvan Glück knap het meditatieve ritme heeft weten te vangen.

Louise Glück, ca. 1980

Aubade

De devotie van Louise Glück

Bladerend in Louise Glücks Poems 1962-2012, die ik naar aanleiding van de toekenning van de Nobelprijs voor Literatuur aanschafte, bekroop me het gevoel een verzamelbundel van een aantal deeltjes uit een boeketreeks vast te houden. Ik las titels als ‘Liefde in maanlicht’ en ‘Hart in vuur en vlam’ en regels als ‘Ik wist wat liefde was, / hoe het de ziel in gevaar brengt’ en ‘Zijn blik raakte me / voordat zijn handen me raakten’. Hoeveel clichés, vroeg ik me af, zou ik kunnen verdragen?

Maar nu, een verdiepingsslag later, weet ik: het valt mee. Hoewel boeketreekstaal niet wordt geschuwd, weet Glück toch dikwijls te ontsnappen aan het sentimentele en banale. Haar poëzie aanbidt het leven in velerlei toonaarden, is devoot zonder echt religieus te zijn. Naast verwondering en lof wordt de lezer ook geconfronteerd met pijnlijke ervaringen, schuld, onvervuld verlangen, vervreemding en twijfel. En kijken kan ze ook goed, ijselijk goed.

AUBADE

Er was één zomer
die vaak terugkeerde
er was één bloem die zich opende
en veel vormen aannam

Karmijnrood van de monarda, geelgoud van late rozen

Er was één liefde
Er was één liefde, er waren veel nachten

Geur van de boerenjasmijn
Stroken echte jasmijn en lelies
Toch blies de wind

Er waren veel winters, maar ik sloot mijn ogen
De koude lucht wit met verdwenen vleugels

Er was één tuin toen de sneeuw smolt
Hemelsblauw en wit; ik kon mijn eenzaamheid
niet van liefde onderscheiden -

Er was één liefde; hij had veel gezichten
Er was één dageraad; soms
keken we er samen naar

Ik was hier
Ik was hier

Er was één zomer die keer op keer terugkeerde
er was één dageraad
al kijkend werd ik ouder
Louise Glück, ca. 1960