Stadhouderskade

Het Rijksmuseum van K. Schippers

Een adres op een verder lege pagina. Een inlichting. Merkwaardig gedicht, toch? K. Schippers in Klok en profil (1965):

Stadhouderskade 42 te Amsterdam

Een readymade, zou een literair criticus zeggen. Je loopt er eens omheen en laat je in verwondering brengen. Wat me opvalt: geen postcode. Volgens Google Maps behoort dit adres aan een woonwinkel toe, direct naast het Rijksmuseum gelegen. Raadselachtig.

Als ik de ‘Aantekeningen’ achterin de bundel raadpleeg –‘Stadhouderskade 42 te Amsterdam: Het Rijksmuseum’ – gaat me een lichtje op: ach, natuurlijk, met de ingebruikname van een nieuwe entree enkele jaren geleden kreeg het Rijksmuseum ook een nieuw adres: Museumplein 1, waardoor de oorspronkelijke pointe van Schippers’ readymade verdween.

Duchamp bestempelde gebruiksvoorwerpen tot kunst door ze uit hun alledaagse context te halen en in een museum te tonen. Schippers zette het instituut museum zelf te kijk, door het (oude) adres van het Rijksmuseum tot readymade te verheffen.

Zonder titel 1

Eenzame K. Schippers

K. Schippers’ vers ‘Zonder titel 1’ uit Sonatines door het open raam (1972) laat zien dat woorden nooit helemaal hun verwijzende betekenis verliezen:

ZONDER TITEL 1

Parijs

(geschreven in Stornoway op het eiland Lewis, een van de Outer Hebrides)

Dit gedicht is ontlast van alle onbeduidendheden die het zicht op de hoofdzaak zouden kunnen belemmeren, inclusief een titel. De kern die overblijft – het woord ‘Parijs’ – roept bij lezers ongetwijfeld uiteenlopende beelden op, afhankelijk van de eigen ervaring met deze metropool. Na de beschouwing van dit ene woord zal de aandacht zich als vanzelf op de tussen haakjes geplaatste aanwijzing richten: Schippers verbleef op het Schotse eiland Lewis toen hij ‘Parijs’ neerschreef. Ineens komt la ville lumière in een ander daglicht te staan. Lewis is een ruig kaal eiland met een guur klimaat, dat anderhalf keer zo groot is als de provincie Utrecht en waar nog geen twintigduizend mensen wonen. Afgelegen Lewis staat in schril contrast met mondain Parijs. Schippers moet zich daar eenzaam hebben gevoeld, en hebben verlangd naar de drukte van een grote stad.

Auto’s

Tellingen door K. Schippers

‘Schippers doet niet in filosofische taalbeschouwingen, maar geeft visueel onderricht en aanschouwelijk taalonderwijs, waarbij de discrepantie van het medium en het gebruik ervan telkens oplicht.’ Aldus Redbad Fokkema in zijn Aan de mond van al die rivieren: Een geschiedenis van de Nederlandse poëzie sinds 1945. Ik kijk nog eens naar K. Schippers readymade ‘Auto’s’ (zie foto), uit zijn derde bundel Verplaatste tafels (1969), en moet opnieuw grinniken.

Als middelbare scholier heb ik, om mijn zakgeld aan te vullen, verschillende malen verkeerstellingen gedaan. Je werd, boterham mee, een dag lang op een kruising gezet en moest, bijvoorbeeld, tellen hoeveel auto’s linksaf sloegen. Voor elke auto die dat deed, zette je een streepje op het telblad. Het zal niemand verbazen dat ik aan die ervaring moest denken bij het lezen van dit gedicht.

Nu wil het geval dat het blad met streepjes driemaal in Schippers’ bundel is afgedrukt, telkens onder een andere titel. Naast ‘Auto’s’ zijn er ook nog ‘Munten’ en ‘Bezoekers’ geteld. Tenminste, als de streepjes voor aantallen auto’s, munten en bezoekers staan. Zeker weten doe je dat niet. En welke verbanden kun je tussen auto’s, munten en bezoekers leggen? Iedere lezer zal hierbij zo zijn eigen gedachten hebben. Deze gedichten demonstreren heel duidelijk de menselijke reflex om steeds weer een brug te willen slaan tussen taal en werkelijkheid.