Terra 1

De verbeeldingskracht van Frans Kuipers

In den beginne, onderwees Mozes ooit, schiep God den hemel en de aarde. Vandaag de dag weten we beter. De aarde ontstond door het samenklitten van materie. Van haar toestand na een periode van afkoeling en enkele inslagen van hemellichamen hebben wetenschappers een vermoeden maar geen scherp beeld. Dat kan ook niet. Niemand heeft de aarde toentertijd gezien. Voor een voorstelling van haar jeugd zullen we onze verbeeldingskracht moeten aanspreken.

En dat is precies wat Frans Kuipers, dichter voor selecte gezelschappen, in het eerste gedicht van zijn cyclus ‘Terra’ doet (opgenomen in Het nergensgesternte, 2005):

De wind was er, daar en toen,
in het Juttemisjaar nul der ontelling;
wiel van de wereld, adem der aarde,
de wind was er.

Magmarivieren, vuurzeeën, grauwspooksels.

Het horrorhuis
der huwbare, honderdzoveel elementen;
de goudgieterszon erboven, het nergensgesternte.

Alsof je er bént, vlak voor het ontstaan van leven op onze wilde planeet. Verbeelding is een mooi dingetje.