Pont Mirabeau

Eind april 1970 werd Paul Celans levenloze lichaam uit de Seine gehaald. Vijftig jaar oud. Zelfmoord als meest waarschijnlijke verklaring. De 20e als meest waarschijnlijke datum.

Celan leidde aan depressies. In een van zijn laatste epistels gaf hij aan niet meer met zichzelf samen te vallen. Hij liet geen afscheidsbrief na. In zijn agenda stond bij 19 april ‘Départ Paul’ genoteerd¹. Zelfmoorden zijn vaak in een waas van geheimzinnigheid gehuld. Omdat we willen weten wat we niet weten reconstrueren we, maken we ons een voorstelling van hoe het zou kunnen zijn gegaan.

Vanwege corona werd de ‘aangescherpte’ heruitgave van Celans Verzameld werk, vertaald door Ton Naaijkens, deze week online ten doop gehouden, met onderhoudende voordrachten van Naaijkens, Erik Lindner en Barbara Wiedemann. In haar inleiding merkte gespreksleider Christiane Kuby terloops op dat we niet weten van welke brug Celan gesprongen is. Daar maakte ik een aantekening van en voegde er enkele vragen aan toe: Waarom zou je dat willen weten? En sprong Celan wel van een brug?

Ik besloot Jürgen Smit, expert in dichterlijke zelfdodingen, te raadplegen. Hij schreef me terug dat ook de Rowohlt Monographie over Celan uitgaat van zelfmoord als ‘meest logische verklaring’ en bovendien, gezien zijn ligging ten opzichte van Celans woonhuis, Pont Mirabeau aanwijst als ‘waarschijnlijke plek van afsprong’. Maar het blijft een reconstructie.

Edmund Burke zei ooit over nieuwsgierigheid: ‘The first and the simplest emotion which we discover in the human mind, is curiosity.’ Ik geloof niet dat we emoties kunnen rangschikken, maar dat mensen alles van iets willen weten, lijkt me een understatement.

  1. Naaijkens, T. (2020, 8 april). ‘Vergeef me deze “wijze woorden”’. De Groene Amsterdammer. https://www.groene.nl/artikel/vergeef-me-deze-wijze-woorden
Paul Celan, ca. 1965