Boos op poëzie

Cherkovski, Coolidge, Ginsberg, Whalen

Nadat Philip Whalen op latere leeftijd blind was geworden gaf hij het maken van gedichten op. Toen een radiopresentator belde met het verzoek om een voordracht antwoordde Whalen: ‘Ik kan niet lezen, ik ben blind.’ Waarop de presentator zei: ‘Homerus deed het.’ En Whalen: ‘Homerus wie?’

Deze en andere anekdotes las ik in het vermakelijke Coolidge & Cherkovski in Conversation. En als de heren het over het schrijven van poëzie hebben is het boek, voor mij althans, een feest van de herkenning. Cherkovski: ‘Beknelt een gedicht weleens? Word je weleens boos op poëzie? Ik bedoel, dan moet ik even weg! Dan moet ik naar de tuin, een luchtje scheppen.’

Boos zijn op poëzie is feitelijk boos zijn op het eigen onvermogen tot poëzie. Het schrijven wil niet vlotten, de juiste woorden verschijnen maar niet. Je zucht, vloekt, loopt naar buiten.

Nog eentje: Cherkovski: ‘Vergeet niet dat Ginsberg een van zijn laatste brieven richtte aan – ik ken alle vuile was van deze jongens – Bill Clinton en hem vroeg om hem te helpen de Nobelprijs te winnen. Dan weet je dat.’

Naast een transcriptie van een gesprek tussen beide heren zijn ook nog een lezing van Coolidge en een essay van Cherkovski in het boek opgenomen.

‘Als ik een bijzonder gedicht lees is er altijd een moment waarop woorden niet bestaan, taal wijkt. Ik ben gek op letters, woorden en grammatica, maar hou ook van hun afwezigheid.’

Neeli Cherkovski

‘Dien woorden. Word geen lijfeigene van ze.’

Neeli Cherkovski

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s