Lijsterbessen

Vroege poëtica van Rutger Kopland

Zoveel dichters, zoveel poëtica’s. Ieder muzenkind heeft zijn eigen opvattingen over wat poëzie zou moeten zijn. In zijn debuutbundel, Onder het vee (1966), heeft Rutger Kopland één onverholen poëticaal gedicht opgenomen, getiteld ‘Lijsterbessen’, waarin hij de kern van zijn poëtica op dat moment (individuele poëtica’s veranderen nogal eens in de loop van de tijd) uitspreekt:

LIJSTERBESSEN

De dichtkunst beoefenen is
met de grootst mogelijke zorgvuldigheid
constateren dat bijvoorbeeld
in de vroege morgen
de lijsterbessen duizend tranen dragen
als een tekening uit de kindertijd
zo rood en zo veel.

Er zijn verschillende soorten lijsterbessen, hun vruchten geel, oranje of rood. Soms zitten ze zo barstensvol fel gekleurde bessen dat ze een haast onwerkelijke, sublieme aanblik bieden. Ik sta dan altijd even voor ze stil.

Koplands poëticale getuigenis in de eerste drie regels van dit gedicht lijkt eenvoudig: dichten is zorgvuldig constateren, nauwkeurig feiten vaststellen en vastleggen. Maar schijn bedriegt. Het gaat Kopland niet louter om de feiten zelf. Met zijn beschrijving van de lijsterbes wil hij ook gevoelens oproepen, uit onze kindertijd in dit geval, toen bessen nog tranen waren, bloedrood en kriskras op het papier gekwakt, onherkenbaar voor je ouders, maar jij wist precies wat je getekend had.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s